Slimme vakmensen worden vaak leidinggevende omdat ze hun werk goed kennen. Dat lijkt logisch. Alleen ontstaat er daarna een rare paradox: precies de mensen met de meeste inhoudelijke sterkte hebben soms het moeilijkst om van expertmodus naar leiderschapsmodus te gaan.
Waarom? Omdat hun reflexen jarenlang beloond zijn. Zelf oplossen werkte. Zelf zien wat misloopt werkte. Hoge standaarden hanteren werkte. Overal even inspringen werkte. Maar zodra je mensen moet leiden, beginnen diezelfde reflexen anders te wegen. Betrokkenheid wordt overname. Kwaliteit wordt uitstel. Verantwoordelijkheid wordt controle.
Het gevolg is niet alleen praktische overbelasting. Het gevolg is ook relationele frictie. Teamleden voelen minder ruimte, eigenaarschap zakt weg en de leidinggevende voelt tegelijk meer druk én minder beweging. Dat is een dure combinatie.
Wie dit wil doorbreken, moet niet beginnen met zichzelf te veroordelen. Wel met beter te zien welke oude sterkte vandaag een nieuw probleem is geworden. Daar begint afwikkelen.
